Inleiding
Wat is macula degeneratie ? Dit is een oogaandoening waardoor
de gezichtsscherpte afneemt. We zullen verder de afkorting
MD gebruiken. MD is eigenlijk een verzameling oogaandoeningen
die elk een verschillende ontstaanswijze hebben; zij hebben
alle de overeenkomst dat zij schade aanrichten op dezelfde
plek in het oog: de zogenaamde gele vlek, ofwel de macula
lutea, kortweg macula.
Wat is de macula ?
Zoals in een fototoestel achter de lens de lichtgevoelige
laag het filmpje zit, is dit ook het geval in het oog. Daar
is het netvlies achterin het oog, de lichtgevoelige laag.
Het centrale deel daarvan, nauwelijks enkele millimeters
groot, is de macula. Alleen via de macula is het centrale
scherpe zien mogelijk. Door MD wordt de macula en dus het
scherp zien aangetast.
De belangrijkste typen MD zijn:
* Juveniele
MD.
Deze treedt reeds op jonge leeftijd op en is erfelijk. Er
zijn verschillende vormen. Vergeleken met het hierna volgende
type komt de juveniele MD betrekkelijk weinig voor. * Seniele
of leeftijdsgebonden MD.
"
Seniel" heeft hier betrekking op de leeftijd: Het begint
rondweg na het vijftigste levensjaar. Erfelijkheid speelt
voor zover bekend geen rol van betekenis. Er zijn bij dit
type twee belangrijke vormen te ondercheiden: droge MD en
vochtige MD. Bij droge MD gaat vooral de fijne structuur van
de macula verloren. Bij de vochtige MD treden daarnaast ook
lekkage uit bloedvaatjes, vaatnieuwvormingen en/of bloedingen
in het netvlies op.
Beloop
Hoe erg wordt het ? Om hierover duidelijkheid te kunnen geven
is het noodzakelijk onderscheid te leren maken tussen het
centrale en het perifere zien. Het centrale zien functioneert
overal waar men de blik op richt om iets scherp te zien;
als je iemand aankijkt, als je leest of iets anders doet
waarbij het gaat om fijne details. Het perifere zien ligt
daarbuiten, eromheen: opzij, boven, onder. Bij MD heeft
het centrale zien, dus het scherpe zien, te lijden. Je kunt
iemands gezicht niet meer goed zien; lezen gaat niet goed
meer; TV-kijken wordt moeilijk. In verreweg de meeste gevallen
blijft het perifere zien gespaard; men wordt dus niet totaal
blind ! Hoe erg het wordt hangt ten dele af van het type
MD:
Bij de groep van de juveniele MD, waarin de zogenaamde ziekte van Stargardt de meest bekende is, kan het bij de verschillende vormen nogal uiteenlopen hoe ernstig de stoornis wordt en hoe snel het gaat. Vrijwel altijd zijn beide ogen aangedaan.
Bij de droge MD, de meest voorkomende vorm van seniele MD, kan het jaren duren, voordat het zicht duidelijk merkbaar achteruit gaat. Het perifere zien blijft intact. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer aangedaan. Bij de vochtige MD, ook wel genoemd de MD van Junius Kuhnt of de schijfvormige MD, verloopt het proces vaak veel sneller dan bij de droge MD; soms zelfs heel snel.
Opvallend is dat het andere oog nog een tijd redelijk goed kan blijven, maar ook hier moet men erop rekenen, dat vroeg of laat beide ogen zullen worden getroffen. In sommige gevallen van vochtige MD kan ook het perifere zien enigermate worden aangetast. In het algemeen bereikt de ziekte een eindstadium. Maar vaak betekent MD al lang voordat het zover is een ernstige visuele handicap met verstrekkende gevolgen voor belangrijke zaken zoals beroep en hobby's. De mate waarin dit het geval zal zijn is echter moeilijk te voorspellen.
Onderzoek
De diagnose MD zal veelal op grond van oogspiegelonderzoek
door de oogarts worden gesteld. Vaak zal de oogarts nog
aanvullend onderzoek verrichten met behulp van fluoresceineangiografie.
Daarbij wordt na het inspuiten van contrasterende vloeistof
in de arm, een serie foto's gemaakt van het netvlies van
een of beide ogen. Op deze wijze is de aard en de mate van
de MD heel goed te bepalen. Op grond van de bevindingen
kan worden besloten of behandeling met laser mogelijk en/of
zinvol is.
Behandeling
Een echte behandeling die de oorzaak van het ziekteproces
bestrijdt is er helaas niet.
In enkele gevallen van vochtige MD is behandeling met laser mogelijk. Maar ook dan is een blijvend gunstig effect niet te garanderen. Van meer belang zijn de mogelijkheden van "low visi-on"; dit is de verstrekking van optische hulpmiddelen. Deze kunnen variëren afhankelijk van de behoefte van de patiënt van een eenvoudige leeslineaal tot een gecompliceerde prismaloupebril met leesopzetstuk. Ook aan de verlichting van omgeving en werkvlak wordt aandacht besteed. De bedoeling van low vision is het verkrijgen van een optimale gezichtsscherpte ondanks de schade die door MD aan het gezichtsvermogen is toegebracht. Het low vision onderzoek geschiedt veelal door speciaal daarvoor opgeleide optometristen of opticiens. Ook kan het plaatsvinden via instellingen voor ambulante hulp aan mensen met een visuele handicap. Individuele aanpassing en training is bij low vision van groot belang en men zal veel tijd en energie moeten besteden aan het leren omgaan met de verschillende technische hulpmiddelen.
Puntsgewijs
1. Er zijn geen middelen bekend, geen medicamenten, geen dieet
of andere leefregels, waardoor MD kan worden voorkomen of
eenmaal opgetreden gunstig kan worden beïnvloed. Hoewel
de werkelijke oorzaak van MD niet bekend is, wordt het vaak
slijtage genoemd. Dit houdt geen verwijt in dat men de ogen
verkeerd zou hebben gebruikt. 3. Intensief gebruik van loupes
of andere hulpmiddelen verergert het ziekteproces niet.
4. Er zijn verschillende andere aandoeningen van het inwendige oog, die naar hun natuur op allerlei plaatsen kunnen optreden; dus ook wel eens in het gebied van de macula. Deze aandoeningen hebben echter niets met MD te maken, hoewel er overeenkomstige klachten kunnen optreden. Deze aandoeningen blijven hier, bij de bespreking van MD, buiten beschouwing.
Wat is de MD-groep ?
Voluit eigenlijk: Diagnosegroep Macula Degeneratie. De MD-groep
is als patiënten vereniging tot stand gekomen binnen
de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden de
NVBS en wil lijders aan MD de hand reiken bij het leren
omgaan met hun handicap.
Behandeling
Wanneer de diagnose glaucoom gesteld, probeert de oogarts
eerst de oogdruk te verlagen. Meestal met oogdruppels, maar
soms ook met tabletten. Ook kan besloten worden een laserbehandeling
uit te voeren. Met een laserstraal wordt de afvoer van het
inwendige oogvocht verbeterd, waardoor de oogdruk vermindert.
Deze ingreep gebeurt meestal poliklinisch. Daarnaast bestaat
ook nog de mogelijkheid de afvoer van het inwendige oogvocht
door middel van een operatie zo te verbe-teren dat de oogdruk
voldoende daalt om beschadiging van de oogzenuw te voorkomen
of te stabiliseren. Reeds bestaande schade aan de oogzenuw
en aan het gezichtsvermogen kan echter niet meer ongedaan
worden gemaakt.